Gewervelden
Dieren met een ruggengraat.
Auteur: H.J. van Rooten (datum: 22 juli 2026)
Een gewerveld dier is een dier met een ruggenmerg dat omgeven is door kraakbeen of bot. Het woord komt van wervels, de botten waaruit de wervelkolom bestaat. Dieren die geen gewervelden zijn, worden ongewervelden genoemd. Gewervelden zijn onder andere vogels, vissen, amfibieën, reptielen en zoogdieren.
De onderdelen van het skelet van een gewerveld dier zijn:
-
Hersenpan:
Een hersenpan of schedel beschermt de hersenen. -
Wervels:
Een reeks korte, stijve wervels wordt gescheiden door gewrichten. Deze interne wervelkolom beschermt het ruggenmerg. De gewrichten tussen de wervels zorgen ervoor dat de wervelkolom kan buigen. -
Botten:
Botten ondersteunen en beschermen de zachte weefsels van het lichaam en bieden aanhechtingspunten voor spieren. -
Kieuwbogen:
Kieuwbogen in de keelholte van vissen en sommige amfibieën ondersteunen de kieuwen. Bij de meeste gewervelden zijn sommige kieuwbogen geëvolueerd tot andere organen, zoals kaken.
Ze heten gewervelde dieren, omdat ze een wervelkolom hebben. Deze wervelkolom geeft ze stevigheid. Het is een hele serie botten, die lopen van nek tot stuitje of staart. Deze botten kunnen langs elkaar draaien. Daarom kunnen deze dieren hun lichaam bewegen. Bovendien loopt een belangrijk deel van de zenuwbanen door deze wervelkolom heen.
r zijn wereldwijd ongeveer 76.000 tot 77.000 beschreven soorten gewervelde dieren. Deze groep (dieren met een wervelkolom of
inwendig skelet) maakt minder dan 5% uit van het totale dierenrijk; de overige 95% bestaat uit ongewervelde dieren.
De verdeling over de vijf traditionele hoofdgroepen is als volgt:
-
Vissen:
~35.000 tot 37.000 soorten (Dit is de grootste groep) -
Reptielen:
~12.500 soorten -
Vogels:
~11.000 tot 11.200 soorten -
Amfibieën:
~8.900 soorten. -
Zoogdieren:
~6.500 soorten (De kleinste groep, waartoe ook de mens behoort.)
Soorten en maten
Wervelkolommen zijn er in veel soorten en maten. Dat hangt af van de diersoort. Giraffen hebben veel grotere botten in hun
wervelkolom en vooral in hun nek, dan bijvoorbeeld muisjes. Gewervelde dieren hebben ook nog andere botten. Die zijn met
gewrichten, spieren en pezen aan de wervelkolom vastgemaakt. Denk maar aan de schedels en de botten van de poten, staarten,
vleugels en vinnen.
De grootste diersoorten op aarde zijn gewervelde dieren. Denk maar aan grote walvissen, olifanten en giraffen. Maar als
je naar aantallen gaat kijken, dan zijn er véél meer ongewervelde dieren!
Geschiedenis.
De geschiedenis van de gewervelde dieren gaat meer dan 535 miljoen jaar terug in de tijd en documenteert grote veranderingen in biodiversiteit, evolutionair succes en ecologische aanpassingen. Hoewel vertebraten een relatief kleine groep in het dierenrijk vormen, zijn hun skeletten goed bewaard gebleven in het fossielenbestand, waarbij een indrukwekkende toename in morfologische complexiteit door de tijd heen is gedocumenteerd, waardoor zij een ideale groep vormen om evolutionaire processen te bestuderen. Morfologische innovaties zoals kaken, tanden en wervels worden beschouwd als de drijvende krachten achter het evolutionaire en ecologische succes van gewervelde kaakdieren, die tegenwoordig 99,8% van alle gewervelde dieren uitmaken.

















