Zoogdieren, de bekendste groep gewervelde dieren, ze voeden allemaal hun jongen met melk die wordt geproduceerd door de
borstklieren van het vrouwtje (de unieke huidstructuren waarnaar de klasse is vernoemd). De meesten brengen ook levende
jongen ter wereld en hebben, op enkele uitzonderingen na, een haarbedekking op hun lichaam. Zoogdieren zijn het meest verspreid
en divers op het land, maar ze hebben ook het water gekoloniseerd. Hun succes is grotendeels te danken aan hun vermogen om een
constante interne lichaamstemperatuur te handhaven, ongeacht veranderende externe omstandigheden. De meeste zoogdieren zijn
ook zeer flexibel en passen hun gedrag vaak aan aan veranderende omstandigheden. Sommige zoogdieren, vooral primaten
(de groep waartoe ook de mens behoort), vormen complexe samenlevingen.
De indeling van de klasse zoogdieren.
Zoogdieren.
wij gebruiken hier de classificatie van Lineus, waarbij de klasse van de zoogdieren is op gedeelt in 28 ordes
die weer zijn onder verdeeld in 153 families. Er zijn ruim 6400 zoogdieren goed beschreven.
De classificatie en indeling van het dierenrijk is door de geschiedenis heen sterk veranderd.
Carl Linnaeus ontwikkelde in 1758 het eerste hiërarchische systeem, Systema naturae, maar richtte
zich vooral op gewervelden. Deze classificatie werd in 1809 door Jean Lamarck uitgebreid naar veertien fyla.
Ernst Haeckel verdeelde het dierenrijk een eeuw later onder in de meercellige Metazoa en de eencellige Protozoa.
Tegenwoordig worden diersoorten meestal geclassificeerd op basis van moleculair-genetische technieken,
die zeer precies evolutionaire verwantschappen kunnen aantonen.
Hier gebruiken we toch de meest gangbare en nog steeds gebruikte oude indeling van Carl Linnaeus.
Zoogdieren (Mammalia) vormen een klasse van warmbloedige, meestal levendbarende
gewervelde dieren die hun jongen zogen: de moederdieren produceren melk en voeden
hiermee hun jongen. Ze zijn deel van de Amniota en zijn als zodanig het nauwst verwant
aan de reptielen en vogels. Zoogdieren onderscheiden zich van andere dieren door
hun beschermende beharing, hun goed ontwikkelde hersenen en de specifieke bouw van hun schedel.
Tot de moderne zoogdieren worden ruim 6400 soorten gerekend. De zoogdieren kennen zowel
vliegende (vleermuizen) als zwemmende (walvissen) en zowel vleesetende (roofdieren)
als plantenetende (onder andere herkauwers) soorten. Het grootste dier aller tijden,
de blauwe vinvis, en het grootste levende landdier, de savanneolifant, zijn beide
zoogdieren. Zoogdieren komen op vrijwel de hele aarde voor, behalve in de meest extreme
habitats. Ook de mens is een zoogdier.
Veel zoogdieren vertonen intelligent gedrag. Ze zijn in staat om op verschillende manieren
met elkaar te communiceren door middel van geluiden, geuren en signalen. De meeste zoogdieren
leven in groepen en vormen sociale structuren, bijvoorbeeld een haremverband of een hiërarchie.
Enkele soorten zijn solitair en hebben een territoriale levenswijze.
Buideldieren (Marsupialia) zijn een infraklasse van zoogdieren waarvan de
vrouwtjesdieren twee baarmoeders hebben. Vaak, maar lang niet altijd,
bezitten vrouwtjesdieren een buidel. Deze buidel is een soort huidplooi,
waarin de tepels van het dier liggen en waar het jong in wordt gedragen.
Tot de bekendere buideldieren behoren onder andere de kangoeroes, de koala,
de Tasmaanse duivel en de buidelratten. De meeste buideldieren komen voor
in Australië, Nieuw-Guinea en oostelijk Indonesië (ten oosten van de Wallacelijn).
Drie families, waaronder de buidelratten, komen enkel voor in de Nieuwe Wereld.
Samen met verschillende uitgestorven dieren vormen de buideldieren de Metatheria.
Orde: Marsupialia.
Aantal families: 22.
Aantal soorten: 340.
Meer over deze orde >>>>>
De indeling van deze orde is nog een discussie punt.
Buideldassen (Peramelemorphia) zijn een orde van buideldieren die voorkomt in Australië en
Nieuw-Guinea, inclusief een aantal nabijgelegen eilanden, zoals Ceram en Kiriwina.
Deze orde omvat ruim twintig soorten. In Australië worden deze dieren (met uitzondering van
de langoorbuideldassen) aangeduid als "bandicoot", een term uit het Telugu die oorspronkelijk
voor het knaagdierengeslacht Bandicota werd gebruikt.
De buidelmollen (Notoryctemorphia) zijn een orde van de infraklasse buideldieren. De orde omvat
slechts één familie, de Notoryctidae, met slechts één geslacht, Notoryctes, en twee soorten,
de kleine buidelmol (N. caurinus) en de gewone buidelmol (N. typhlops). Ze zijn ofwel de
zustergroep van alle andere levende Australische buideldieren, ofwel alleen van de buideldassen.
Klimbuideldieren (Diprotodontia) zijn de grootste orde van de buideldieren,
die 11 families met 159 soorten omvat. De orde omvat bekende buideldieren
zoals kangoeroes, koala's en wombats.
De Microbiotheriidae zijn de enige familie van de buideldierorde Microbiotheria.
Er zijn nog twee levende soorten monito del montes, die in Argentinië en Chili voorkomen.
Lang werd de monito del monte (Dromiciops gliroides) als de enige soort in deze familie gerekend,
maar recentelijk is de soort Dromiciops bozinovici van deze soort afgesplitst,
waardoor het niet langer de enige soort is. Hoewel de Microbiotheria een van
de drie Amerikaanse buideldierordes zijn, zijn ze waarschijnlijk nauwer verwant
aan de Australische soorten, waarmee ze worden verenigd in de
superorde Australidelphia.
De opossummuizen (Caenolestidae) zijn de enige levende familie uit de buideldierorde Paucituberculata.
Tegenwoordig leven er nog zeven soorten in de koele bergwouden en hooglandvlakten van de Andes.
De Didelphimorphia vormen een aparte groep buideldieren, omvattende de opossums
of buidelratten (Didelphidae) en uitgestorven verwante families. Er zijn zo'n 125 soorten.
Vrijwel alle leven in Midden- en Zuid-Amerika met uitzondering van de Virginiaanse opossum,
Didelphis virginiana, wiens verspreidingsgebied vrijwel de gehele Verenigde Staten omvat.
Ze komen in het zuiden voor tot ongeveer 47°ZB (Lestodelphys halli). Op sommige plaatsen,
bijvoorbeeld in Paracou, Frans-Guyana, komen wel 12 soorten tegelijk voor.
De roofbuideldieren (Dasyuromorphia) zijn een orde van de buideldieren die voorkomt
in Australië en Nieuw-Guinea. Het omvat vrijwel alle vleesetende buideldieren van het
Australische continent, met uitzondering van de buidelmollen en de omnivore buideldassen.
De orde omvat 78 soorten in drie families, één met een soort, de numbat, één met een
recent uitgestorven soort, de buidelwolf, en een grote familie, Dasyuridae, die alle
overige soorten omvat, waaronder de Tasmaanse duivel, buidelmarters en buidelmuizen.
De buistandigen (Tubulidentata) is een orde uit de klasse der zoogdieren
(Mammalia), met één familie, Orycteropodidae, waartoe alle soorten uit de
orde behoren. De enige nog levende soort is het aardvarken (Orycteropus afer),
een middelgroot insectenetend dier dat in het grootste deel van Afrika voorkomt.
Buistandigen danken hun naam aan de bouw van de tanden. De tanden bestaan uit
dicht op elkaar staande buisjes van dentine, gevuld met pulpa en bij elkaar
gehouden door tandcement. Ze zijn niet bedekt met tandglazuur.
Fossiele soorten zijn bekend uit Afrika (waar de orde waarschijnlijk ontstond),
Europa en Azië. Myorycteropus uit het Vroeg-Mioceen (circa 20 miljoen jaar geleden)
van Kenia is het oudst bekende aardvarken. Het uitgestorven geslacht
Plesiorycteropus uit Madagaskar wordt soms tot deze orde gerekend, maar
wordt meestal in een eigen orde geplaatst, Bibymalagasia.
In de taxonomie verwijst de term carnivora of roofdieren naar een orde van
zoogdieren waarvan de meeste soorten "vlees" in engere zin eten,
dat wil zeggen spierweefsel, maar ook ingewanden, bloed, botten,
huidweefsel afkomstig van gedode, gewervelde dieren.
Daarnaast zijn sommige soorten, die taxonomisch tot de carnivora worden
gerekend, in ecologische zin planteneters. Een voorbeeld hiervan is de
panda. Ook de familie van de beren, die omnivoor zijn, hoort in de taxonomie
bij de carnivora. Op dezelfde manier is verwarring mogelijk tussen de
verouderde taxonomische term Insectivora (vroeger een orde van zoogdieren)
en de ecologische categorie der insectivoren (alle insecteneters).
Cloacadieren, snaveldieren of monotremen (Monotremata) vormen een orde van
eierleggende zoogdieren die voorkomen in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea.
Ze behoren tot de onderklasse Australosphenida. Doordat ze kenmerken bezitten
die eerder aan reptielen dan aan zoogdieren worden toegeschreven, als
het leggen van eieren en de cloaca, worden de cloacadieren soms beschouwd
als primitieve zoogdieren. Tot de cloacadieren behoren het vogelbekdier,
de vier soorten mierenegels en verwante uitgestorven soorten.
Insecteneters (Eulipotyphla) zijn een orde van zoogdieren die tegenwoordig de
families der egels, mollen, spitsmuizen, solenodons en Nesophontidae omvat,
naast een aantal fossiele, uitgestorven families.
Haasachtigen (Lagomorpha) zijn een orde van de zoogdieren. De orde omvat
twee families, de hazen en konijnen (Leporidae) en de fluithazen
of pika's (Ochotonidae). Lange tijd werd gedacht dat ze nauw verwant
waren aan de knaagdieren maar er zijn nu aanwijzingen dat de knaagdieren
een zogenaamde outgroup vormen binnen de zoogdieren. De eerste haasachtigen
leefden zestig miljoen jaar geleden, in het late Paleoceen, in China en Mongolië.
Hoefdieren (Ungulata) zijn zoogdieren die over hoeven beschikken of afstammen
van dieren met hoeven. Hiertoe worden evenhoevigen, onevenhoevigen, slurfdieren,
zeekoeien, klipdassen, buistandigen en walvissen gerekend. Het zijn hoefgangers,
dat wil zeggen dat ze op de top van hun "vingers" en "tenen" lopen. Daardoor
zijn de meeste soorten snel. Dit is tevens hun enige middel om aan potentieel
gevaar te ontkomen. Hoefdieren zijn in het algemeen grazende dieren die op
open grasvlakten leven.
Klipdassen (Procaviidae) zijn de enige nog levende familie uit de orde der
klipdasachtigen, die tot de Paenungulata wordt gerekend, evenals de nauw
verwante slurfdieren en zeekoeien.
Klipdassen komen voor in Afrika en Zuidwest-Azië en hebben wel wat weg van
knaagdieren. Klipdassen leven op rotsen en/of in bomen en eten planten.
Ze hebben brede nagels aan de tenen. De vacht bevat lange tastharen.
De knaagdieren (Rodentia) vormen een soortenrijke orde van de zoogdieren (Mammalia).
Ze komen, behalve op Antarctica, voor op alle continenten in verscheidene leefgebieden,
zowel in bomen, onder de grond als in zoet water. De knaagdieren vormen de grootste
groep binnen de zoogdieren; bijna veertig procent van alle zoogdiersoorten behoort
tot deze orde.
De miereneters (Vermilingua) vormen een onderorde van zoogdieren van de orde luiaards en
miereneters (Pilosa). Ze komen voor in Midden- en Zuid-Amerika. Tegenwoordig leven er nog
vier soorten, en er zijn maar weinig fossielen bekend.
Olifanten zijn grote zoogdieren uit de familie van de Elephantidae binnen de orde
van de slurfdieren (Proboscidea). Traditioneel worden er twee soorten erkend,
de Afrikaanse olifant (Loxodonta africana) en de Aziatische olifant
(Elephas maximus). Uit DNA-studies is vastgesteld dat de Afrikaanse
olifanten bestaan uit twee aparte soorten, respectievelijk de savanneolifant
(Loxodonta africana) en de bosolifant (Loxodonta cyclotis).
De primaten of opperdieren (Primates) vormen een orde van zoogdieren, waartoe
alle halfapen en apen (waaronder de mens) worden gerekend.
De wetenschappelijke naam "Primates" betekent "eersten".
Primaten zijn 85–55 miljoen jaar geleden ontstaan uit voorouders die leefden
in de bomen van tropische bossen. Tijdens de evolutie hebben primaten zich sterk
aangepast om in deze uitdagende omgeving te overleven. Belangrijke kenmerken
zijn de grote hersenen, het goede gezichtsvermogen, het zien van kleuren en
de mobiele schoudergordel.[4] De meeste soorten hebben een opponeerbare duim of
grijpstaart die hen in staat stelt om voorwerpen beet te pakken en te gebruiken.
Primaten hebben complexe bewegingstechnieken ontwikkeld; ze zijn in staat van
boom tot boom te springen, op twee of vier ledematen te lopen, en aan takken
van bomen te zwaaien. Alle primaten worden gekenmerkt door een toenemend
gebruik van stereoscopisch zicht ten koste van geur, het dominante sensorisch
systeem van de meeste zoogdieren. Deze eigenschappen zijn meer ontwikkeld bij
apen en halfapen, maar minder bij lori's en maki's. Veel soorten zijn
seksueel dimorf. Volwassen primaten leven solitair, in paren of in groepen tot
honderden leden.
Schubdieren, ook wel termieteneters[2] genoemd (Manidae) vormen een familie van
zoogdieren. Het is de enige nog levende familie uit de orde der schubdierachtigen
(Pholidota). Er zijn acht verschillende soorten, die voorkomen in de bossen en
graslanden van westelijk- en oostelijk Afrika en in Zuid-Azië, van India
en Sri Lanka tot Sumatra en Kalimantan. Sommige soorten leven in bomen,
anderen op de grond. Enkele van de boombewonende schubdieren hebben
een grijpstaart.
Toepaja's (Scandentia) of boomspitsmuizen zijn een orde van insectenetende
zoogdieren bestaande uit één familie (Tupaiidae) en 19 soorten, die voorkomen
in de tropische bossen van Zuidoost-Azië. Oorspronkelijk werden ze tot de
insecteneters gerekend, daarna tot de primaten, en nu krijgen ze een eigen orde,
die waarschijnlijk verwant is aan de primaten-vliegende katten-groep of aan
de haasachtigen. Ze lijken op eekhoorns (het Maleise woord tupai betekent
zowel 'toepaja' als 'eekhoorn') en hebben een lange staart, een spitse
snuit en scherpe tanden en kiezen.
Vleermuizen (Chiroptera), ook wel handvleugeligen genoemd, zijn een orde van
kleine zoogdieren die zich actief door de lucht kunnen voortbewegen.
Hiertoe hebben ze vleugels die bestaan uit een vlieghuid, opgespannen tussen
de vingers van hun voor- en achterpoten en hun staart. De kleinste soorten
zijn 2,9 tot 3,4 centimeter lang, wegen 2,0 tot 2,9 gram en hebben een
spanwijdte van 15 centimeter; de grootste soorten (vleerhonden)
wegen 1,6 kilogram en hebben een spanwijdte van 1,7 meter.
Wereldwijd zijn er ruim 1200 soorten beschreven.
Orde: Chiroptera.
Aantal families: 18.
Aantal soorten: 977.
Meer over deze orde >>>>>
Vliegende katten (Chioptera), soms ook vliegende maki's genoemd, zijn de
enige levende familie van de zoogdierorde huidvliegers (Dermoptera).
Er bestaan twee soorten in twee geslachten, die voorkomen op de
Soenda-eilanden en de Filipijnen.
Orde: Dermoptera.
Aantal families: 1.
Aantal soorten: 2.
Meer over deze orde >>>>>
Walvissen zijn een groep van volledig in het water levende placentale zeezoogdieren.
Ze vormen een informele groepering binnen de infraorde walvisachtigen (Cetacea),
meestal zonder de dolfijnen en bruinvissen.
Zeekoeien (Sirenia) zijn een orde van plantenetende, water bewonende zoogdieren.
Het is een kleine groep met vier levende vertegenwoordigers en enige tientallen
uitgestorven soorten. Zeekoeien zijn volledig op het waterleven aangepast en
komen nooit aan land.
De zeeleeuwen vormen een groep (meestal beschouwd als onderfamilie, Otariinae)
van zeeroofdieren uit de familie der oorrobben (Otariidae).
Buideldieren
Een van de bekenste buideldieren de koala.
De koala (Phascolarctos cinereus), ook wel koalabeer genoemd, is een boomherbivoor buideldier
afkomstig uit Australië. Het is de enige nog bestaande vertegenwoordiger van de familie
Phascolarctidae en zijn naaste verwanten zijn de wombats. De koala wordt aangetroffen in
kustgebieden van de oostelijke en zuidelijke regio's van het vasteland, in Queensland, New South Wales,
Victoria en Zuid-Australië.
Het aardvarken (Orycteropus afer) is een zoogdier dat voorkomt in vrijwel geheel Afrika ten zuiden
van de Sahara. De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door
Peter Simon Pallas in 1766.
Buistandigen danken hun naam aan de bouw van de tanden. Het aardvarken is de enige nog levende soort
binnen deze familie.
Roofdieren (Carnivora) vormen een orde van zoogdieren die zich voornamelijk voeden met vlees en ander
dierlijk materiaal.
Hier de Bengaalse tijger (Panthera tigris tigris) dit is een ondersoort van de tijger (Panthera tigris.)
Hij/zij komt voor op het Indisch subcontinent. Op de Siberische tijger (Panthera tigris altaica) na is
de Bengaalse tijger de grootste katachtige.
Cloacadieren, snaveldieren of monotremen (Monotremata) vormen een orde van eierleggende zoogdieren die
voorkomen in Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea. Ze behoren tot de onderklasse Australosphenida.
Het heeft het lijf van een mol, staart van een bever en de snavel van een eend: het vogelbekdier.
In de wondere dierenwereld is het vogelbekdier één van de vreemdere soorten.
Insecteneters (Eulipotyphla) zijn een orde van zoogdieren die tegenwoordig de families der egels,
mollen, spitsmuizen, solenodons en Nesophontidae omvat, naast een aantal fossiele, uitgestorven families.
De langooregel (Hemiechinus auritus) is een soort egel die voornamelijk voorkomt in de Aziatische steppen en woestijnen.
Het aquarium (meervoud aquaria of aquariums) is meestal een bak van glas, plexiglas of betonplex
met een glazen voorkant. Het doel is om in deze bak onderwaterflora en -fauna te houden en te verzorgen.
In een zoetwater aquarium kunnen dat zijn vissen, ongewervelde dieren en planten.
Een goed onderhouden aquarium is een levend schilderij, kleinere aquaria zijn er voor in de woonkamer of kantoor.
In de dierentuinen zijn hele grote aquaria meestal van beton met een glazen voorkant.
Meer...
Het begrip habitat wordt vaak verward met het begrip biotoop. Een biotoop beschrijft het geografische
gebied waar een organisme leeft, terwijl een habitat uitgaat van de biotische en abiotische eisen van het organisme.
Meer...
Het universum is alles van ruimte en tijd en hun inhoud, inclusief planeten, sterren, sterrenstelsels en
alle andere vormen van materie en energie. De oerknaltheorie is de heersende kosmologische beschrijving
van de ontwikkeling van het heelal. Volgens schattingen van deze theorie ontstonden ruimte en tijd
samen 13,799 ± 0,021 miljard jaar geleden en sindsdien is het heelal aan het uitdijen.
Meer...