Datum:
Telefoon: 0000000000
Persoonlijke
WIKI

VanRooten.info

Het aquarium

Glazen bak met water waarin onderwaterflora en -fauna gehouden wordt.

Auteur: H.J. van Rooten (datum: 23 oktober 2024)



Een aquarium (meervoud: aquariums of aquaria) is een vivarium van elke grootte met ten minste één transparante zijde waarin waterplanten of dieren worden gehouden en tentoongesteld. Viskwekers gebruiken aquaria om vissen, ongewervelden, amfibieën, waterreptielen, zoals schildpadden, en waterplanten te houden. De term aquarium, bedacht door de Engelse natuuronderzoeker Philip Henry Gosse, combineert de Latijnse wortel aqua, wat 'water' betekent, met het achtervoegsel -arium, wat 'een plek om je mee te identificeren' betekent.
Het aquariumprincipe werd in 1850 volledig ontwikkeld door de chemicus Robert Warington, die uitlegde dat planten die aan water in een container worden toegevoegd, genoeg zuurstof afgeven om dieren te ondersteunen, zolang het aantal dieren niet te groot wordt. De aquariumrage werd in het vroege Victoriaanse Engeland gelanceerd door Gosse, die in 1853 het eerste openbare aquarium in de dierentuin van Londen creëerde en vulde, en in 1854 de eerste handleiding publiceerde, The Aquarium: An Unveiling of the Wonders of the Deep Sea. Kleine aquaria worden thuis gehouden door hobbyisten. Er zijn grote openbare aquaria in veel steden. Openbare aquaria houden vissen en andere waterdieren in grote tanks. Een groot aquarium kan otters, dolfijnen, haaien, pinguïns, zeehonden, en walvissen bevatten. Veel aquariums hebben ook planten.
Een aquariaan bezit vissen of onderhoudt een aquarium, meestal gemaakt van glas of hoogwaardig acryl. Aquaria met platte wanden staan ​​bekend als gewoon tanks, terwijl die met ronde wanden bekend staan ​​als vissenkommen. De grootte kan variëren van een kleine glazen kom, een paar liter in volume, tot immense openbare aquaria van duizenden liters. Gespecialiseerde apparatuur handhaaft de juiste waterkwaliteit en andere kenmerken die geschikt zijn voor de bewoners van het aquarium.

Geschiedenis

Bassin of aquarium in Chinees porselein met bloem-, vlinder- en vogeldecoratie. Omstreeks 1900.

Oudheid.

In 1369 richtte de Hongwu-keizer van China een porseleinbedrijf op dat grote porseleinen kuipen produceerde om goudvissen in te houden; in de loop van de tijd produceerden mensen kuipen die de vorm van moderne vissenkommen benaderden. Leonhard Baldner, die in 1666 Vogel-, Fisch- und Tierbuch (Vogel-, vis- en dierenboek) schreef, hield modderkruipers en salamanders. Soms wordt beweerd dat het aquarium is uitgevonden door de Romeinen, die zeebaarden in tanks van marmer en glas zouden hebben gehouden, maar geleerden twijfelen aan de juistheid hiervan.

Negentiende eeuw.

In 1832 werd Jeanne Villepreux-Power, een baanbrekende Franse mariene bioloog, de eerste persoon die aquaria creëerde om te experimenteren met waterorganismen. Deze experimenten leidden tot verschillende ontdekkingen, waaronder het eerste directe bewijs dat argonauten, een mariene koppotige, hun eigen schelpen creëren. In 1836, kort na zijn uitvinding van de Wardiaanse zaak, stelde Dr. Nathaniel Bagshaw Ward voor om zijn tanks te gebruiken voor tropische dieren. In 1841 deed hij dat, maar dan alleen met waterplanten en speelgoedvissen. Hij huisvestte echter al snel echte dieren. In 1838 merkte Félix Dujardin op dat hij een zoutwateraquarium bezat, hoewel hij de term niet gebruikte. In 1846 hield Anne Thynne bijna drie jaar lang steenkoralen en zeewier in stand en werd ze gezien als de maker van het eerste uitgebalanceerde zeeaquarium in Londen.


De Engelse chemicus Robert Warington experimenteerde met een 13-gallon container, die goudvissen, zeegras en slakken bevatte, en creëerde daarmee een van de eerste stabiele aquaria. Het aquariumprincipe werd volledig ontwikkeld door Warington, die uitlegde dat planten die aan het water in een container werden toegevoegd, genoeg zuurstof zouden afgeven om dieren te ondersteunen, zolang hun aantal niet te groot werd. Hij publiceerde zijn bevindingen in 1850 in het tijdschrift van de Chemical Society.

Uit onderzoek is gebleken (2020) dat er in Nederland ongeveer 7,7 miljoen aquarium vissen worden gehouden.


Het houden van vissen in een aquarium werd een populaire hobby en verspreidde zich snel. In het Verenigd Koninkrijk werd het populair nadat sierlijke aquaria in gietijzeren frames werden tentoongesteld op de Great Exhibition van 1851. In 1853 werd de aquariumrage in Engeland gelanceerd door Philip Henry Gosse, die het eerste openbare aquarium in de London Zoo creëerde en vulde, dat bekend werd als het Fish House. Gosse bedacht het woord "aquarium" en koos voor deze term (in plaats van "aquatisch vivarium" of "aqua-vivarium") in 1854 in zijn boek The Aquariums: An Unveiling of the Wonders of the Deep Water. In dit boek besprak Gosse voornamelijk zoutwateraquaria. In de jaren 1850 werd het aquarium een ​​rage in het Verenigd Koninkrijk. Tankontwerpen en -technieken voor het handhaven van de waterkwaliteit werden ontwikkeld door Warington, die later samenwerkte met Gosse tot zijn kritische beoordeling van de samenstelling van het tankwater. Edward Edwards ontwikkelde deze aquaria met glazen voorkant in zijn patent uit 1858 voor een "donkere-waterkamer met schuine achterkant", waarbij het water langzaam naar een reservoir eronder circuleerde.

De ontwikkeling van de hobby verliep in Nederland compleet anders. Het aantal tropische of subtropische vissen, dat in ons land verkrijgbaar was, kon op de vingers van twee handen worden geteld. Vakhandelaren, die deze vissen verkochten, waren er nauwelijks en zo die er al waren, bevonden deze zich voornamelijk in de grote havensteden Rotterdam en Amsterdam. Zeelieden brachten begin 1900 als aanvulling op hun gage soms exotische dieren en vissen ons land binnen. De meeste werden echter door gevoerd naar Duitsland waar al wel aquariums werden gehouden. Daar kwam bij dat de aquariumhobby zeker niet was weg gelegd voor de gewonen arbeiders met een salaris van ƒ10,00 tot ƒ15,00 in de week, en een paartje importguppen die ƒ1,50 kosten. Vaktijdschriften waren niet voor handen, hoog uit bladen uit Duitslaned of Engeland. Pas in 1909 ontstond de eerte aquarium vereniging en daarna het eerst aquariumblad. Communicatie en samen werking waren anders dan heden ten dage maar geleidelijk ontstonden -eerst in de grotere steden- lokale verenigingen. Pas in 1929 werden de eerste plannen voor samen werking gestart. In juni 1930 verschijnt het eerste nummer van Het Aquarium van De samen werkende verenigingen. Tot en tot in de tweede wereld oorlog was er de nodig stijd tussen de verschillende aquaium verenigingen en bonden.
De tweede wereld oorlog was er voor nodig om de mensen van de verschillende verenigingen en bonden meer bij elkaar te brengen. Op 12 mei 1946 kwam uiteindelijk de eenheid tot stand. Na voorafgaande besprekingen, waarbij de gemoederen soms hoog opliepen, werd in Utrecht de fusieovereenkomst getekend door de N.B.A. en de Aqua-Terragroep. Alle 62 verenigingen met in totaal 3140 leden waren nu verenigd in één bond, die vanaf die tijd de naam Nederlandse Bond Aqua Terra droeg. Het tijdschrift Aqua-Terra werd opgeheven en twee van de redacteuren van dit blad traden toe tot de redactie van Het Aquarium.

Vikingtijdperk.

Het aantal beschreven levensvormen bedraagt ongeveer 4 miljoen, maar aangezien de mens nog lang niet alle gebieden op aarde goed bestudeerd heeft zullen er waarschijnlijk nog veel meer vormen bestaan. Vanaf prille begin van het wetenschappelijk natuuronderzoek is het de onderzoekers opgevallen dat er grote verschillen in biodiversiteit of soortenrijkdom zijn.

In de warme vochtige tropische regenwouden bij de evenaar zijn in de bossen waarschijnlijk meer dan 1 miljoen insecten. Terwijl in de gematigde gebieden meer naar de polen op bv. de toendra's slechts enkele honderden soorten insecten voorkomen. Zoogdieren en vogels geven een zelfde beeld te zien van minder soorten. Daar staat dan weer tegenover dat dat er soms enorme populaties zijn, er zijn in de zeeën rond Antartica misschien wel 40 miljoen robben. Men denkt dat ook klimaat een rol speelt in de biodiversiteit, maar zeker is men hier niet van.

Areaalgrenzen.

Diverse habitattypen zijn op de wereld wijdverspreid. Dat geldt in het algemeen niet voor dieren, enkele diersoorten daargelaten. Elke diersoort heeft zijn eigen, specifieke verspreidingsgebied (areaal), historische bepaald door zijn evolutie en deels ook door zijn levenswijze. Bij veel dieren is het areaal gekoppeld aan dat van bepaalde planten.

Habitatverandering.

In de vrije natuur blijft geen habitat ooit gelijk.



Tropische bossen.

Het tropische regenwoud, nabij de evenaar is het klimaat altijd warm en vochtig, dus ideaal voor Plantengroei. De planten groeien er dan ook onafgebroken door.
Het moeson bos, ondanks dat het klimaat in regewouden altijd erg gelijkmatig is, valt er in moesson bossen de meeste neerslag in een bepaalde tijd, de regetijd of natte moesson.
Meer...

Gematigde bossen.

Het loofverliezend bos, ziet er hartje winter vaak kaal en leeg uit, haast gespeend van dierlijk leven. Maar in de lente lijkt het leven terug te keren. Knoppen springen open, bladeren en bloemen verschijnen. En voor de zomer is het bos weer uitbundig terug.
Meer...

Graslanden.

In de gematigde gebieden over heel de wereld waren voor de landbouw grote delen grote delen van deze gematigde zones bedekt met grasland.
De savannes komen voor in tropische of subtropische gebieden en zijn een type grasland met verspreid bomen en struiken.
Meer...

Woestijn.

Het grootste deel van 's werelds echte woestijn is te vinden in 2 banden, waarvan er één zich uitstrekt over elk van de tropen. Hier blijven maandenlang zones met hoge atmosferische druk bestaan, waardoor wordt voorkomen dat lucht met lage druk regen naar binnen brengt. Woestijn vormt zich ook waar bergen regenwinden blokkeren, en waar koude kuststromingen de lucht koelen zodat deze heel weinig vocht landinwaarts voert. In echte woestijn is de hoeveelheid regen zo mager en zo onvoorspelbaar dat maar heel weinig planten kunnen overleven. Degenen die dat wel doen, zoals cactussen en andere vetplanten, zijn zeer effectief het verzamelen en behouden van wat weinig water de natuur heel weinig vocht in het binnenland.
Meer...

Aquarium vissen.

        - Acanthocleithron chapini
        
- Atopochilus chabanaudi
        
- Atopochilus christyi
        
- Atopochilus macrocephalus
        
- Atopochilus mandevillei
        
- Atopochilus pachychilus
        
- Atopochilus savorgnani
        
- Atopochilus vogti
        - Derhamia hoffmannorum
        - Lebiasina bimaculata
        - Lebiasina chocoensis
        - Lebiasina chucuriensis
        - Lebiasina colombia9
        - Zeewater aquarium
        
- Zoetwater aquarium

Veel gelezen

Het zoetwater aquarium.

Het aquarium (meervoud aquaria of aquariums) is meestal een bak van glas, plexiglas of betonplex met een glazen voorkant. Het doel is om in deze bak onderwaterflora en -fauna te houden en te verzorgen. In een zoetwater aquarium kunnen dat zijn vissen, ongewervelde dieren en planten. Een goed onderhouden aquarium is een levend schilderij, kleinere aquaria zijn er voor in de woonkamer of kantoor. In de dierentuinen zijn hele grote aquaria meestal van beton met een glazen voorkant.
Meer...


Het habitatbegrip.

Het begrip habitat wordt vaak verward met het begrip biotoop. Een biotoop beschrijft het geografische gebied waar een organisme leeft, terwijl een habitat uitgaat van de biotische en abiotische eisen van het organisme.
Meer...


Het Vrije Volk.info

© Copyright 2014 - , all rights reserved. Design by Celandiahosting