HET HABITATBEGRIP

De fysische veelvormigheid van de aarde is onvoorstelbaar groot, van woestijnen, vlakten, bergen tot meren, zeeën en oceanen.

Het klimaat varieert al evenzeer. Door al deze verschillen ontstaat een ingewikkeld mozaiek van uiteenlopende leefomgevingen (habitats.) De aarde bied hierdoor een rijkgescharkeerde fauna. Een aantal soortenhebben een groot aanpassings= vermogen en vind je dus in sterk verschillende omstandigheden. Maar het grootste gedeelte komt slechts in een bepaald soort habitat voor, en nergens anders.

Wat is een habitat?

In de meest beperkte betekenis is een habitat de omgeving waarin iets leeft.

Voor sommige dieren is de habitat niet groter dan een tijdelijk poeltjen in een woestijn, of een rottend stuk hout. In ruimere zin kan men er ook onder verstaan: een karakteristieke groep levende wezens, samen met de omgeving waarin ze leven. Die definitie houden we ook hier aan.

Factoren die de habitat bepalen.

De geologie speelt in de habitat een rol, maar de belangrijkste factor is toch het klimaat. Het klimaat kan een geweldige invloed hebben op planten en dieren en kan soms over korte afstanden verrassend uiteenlopen. Een klassiek voorbeeld zijn de bergketens die in de baan van vochtige winden liggen. Aan de windzijde van de bergen zijn de hellingen vaak bedekt met weeldirige bossen, waar het krielt van dierlijk leven. Maar in de 'regenschaduw', aan de lijzijde van de berg, staat de geringe neerslag alleen wat struikgroei toe of laat een woestijn ontstaan, waar enkel droogteresistente dieren het uithouden.
De temperatuur is ook een klimaatfactor met een belangrijke uitwerking, zowel op het land als in zee. Zo wordt het naaldbos in het hoge noorden steeds schraler en verdwijnt ten slotte waar de winterkou te fel wordt. Deze noordelijke boomgrens loopt als een rafelige ring om heel het poolgebied heen en vormt tevens de areaakgrens van de kruisbek, houtwesp en allerlei andere dieren die voor hun bestaan op coniferen zijn aangewezen. In zee en aan de kust fluctueert de temperatuur vaak minder sterk dan in het binnenland.

Een synoniem is leefgebied of leefomgeving.
Het begrip habitat wordt vaak verward met het begrip biotoop. Een biotoop beschrijft het geografische gebied waar een organisme leeft, terwijl een habitat uitgaat van de biotische en abiotische eisen van het organisme.

Maar ook hier bepaalt de warmte of het gebrek daaraan de habitats die men er vindt. Zo kunnen beneden de 20º C koraalriffen niet leven. Die vind men dus vooral in de tropen. Maar waar het warm genoeg lijkt zoals in Amerika en West-Afrikaanse wateren zijn ze toch schaars. Hier lijkt het warm genoeg maar er lopen koude zeestromingen vlak langs de kust en dus kunnen koraalriffen hier niet ontstaan.

Biodiversiteit.

Het aantal beschreven levensvormen bedraagt ongeveer 4 miljoen, maar aangezien de mens nog lang niet alle gebieden op aarde goed bestudeerd heeft zullen er waarschijnlijk nog veel meer vormen bestaan. Vanaf prille begin van het wetenschappelijk natuuronderzoek is het de onderzoekers opgevallen dat er grote verschillen in biodiversiteit of soortenrijkdom zijn. In de warme vochtige tropische regenwouden bij de evenaar zijn in de bossen waarschijnlijk meer dan 1 miljoen insecten. Terwijl in de gematigde gebieden meer naar de polen op bv. de toendra's slechts enkele honderden soorten insecten voorkomen. Zoogdieren en vogels geven een zelfde beeld te zien van minder soorten.

Daar staat dan weer tegenover dat dat er soms enorme populaties zijn, er zijn in de zeeën rond Antartica misschien wel 40 miljoen robben. Men denkt dat ook klimaat een rol speelt in de biodiversiteit, maar zeker is men hier niet van.

Areaalgrenzen.

Diverse habitattypen zijn op de wereld wijdverspreid. Dat geldt in het algemeen niet voor dieren, enkele diersoorten daargelaten. Elke diersoort heeft zijn eigen, specifieke verspreidingsgebied (areaal), historische bepaald door zijn evolutie en deels ook door zijn levenswijze. Bij veel dieren is het areaal gekoppeld aan dat van bepaalde planten.

Habitatverandering.

In de vrije natuur blijft geen habitat ooit gelijk. Verandering van weer, omgeving is er zolang de aarde bestaat. In veel gevallen gaat dit geleidelijk en kunnen planten en dieren zich geleidelijk aanpassen. Soms gebeurt het met een schok bv. een vulkaan uitbarsting, tsunami, een meteoriet noem maar op. Is de omvang beperkt dan pas het planten en dieren leven zich geleidelijk weer aan. Maar er zijn ook gebeurtenissen bekend van enorme omvang een enorme meteoriet die de dino'd geleidelijk heeft uitgeroeid is een bekende gebeurtenis. Maar er zijn bewijzen dat de aarde ook meerdere keren een sneeuwbal is geweest.
Tegen woordig wordt veel verlies aan habitats veroorzaakt door menselijke activiteiten. De aantasting is een cultureel gevolg van bevolkingsgroei en economische groei. Een van de willekeurig gekozen factoren is ontbossing speciaal van regenwouden, milieuvervuiling en verdichting van grote delen van het aardoppervlak met gebouwen en infrastructuur (onder andere asfalt). In tegenstelling tot natuurlijke evolutie leidt habitatverlies meestal tot plotselinge afname van soortenaantallen of het uitsterven van soorten. Habitatverlies is naast het probleem dat invasieve soorten veroorzaken de belangrijkste oorzaak van de achteruitgang van de diversiteit in soorten.

Commentaar.

Er is 1 aanvulling geweest voor dit artikel.

  1. H.J. van Rooten September 2015

    Wij maken gebruik van bronnen, foto's, video's enz. van het internet, maar ook uit boeken en encyclopedieën. Het kan dat onbedoeld copyright gebruikt wordt, waarschuw ons zodat we dit direkt kunnen aanpassen.

Uw commentaar.

Uw e-mail adres zal niet worden getoond.