Luipaard

De luipaard of panter is de beste en sierlijkste klimmer onder de grote katachtige roofdieren. Moeiteloos springt bij vanaf de grond op de onderste tak van een boom, klimt tegen bomstammen op en loopt over schuine takken. De gevlekte huid zorgt voor een prima camouflage in het gras en in bomen.

De luipaard (Panthera pardus), is een roofdier uit de familie der katachtigen (Felidae) dat veel voorkomt in een groot deel van Afrika en Azië. Het is de algemeenste grote katachtige.
De wetenschappelijke naam van de soort werd als Felis pardus in 1758 gepubliceerd door Carl Linnaeus. De twee namen "luipaard" en "panter" zijn voornamelijk geografisch gebonden: "luipaard" wordt in de regel gebruikt voor dieren uit Afrika, "panter" voor Aziatische dieren. Dit is echter geen strikte regel en regelmatig worden de namen door elkaar gebruikt.

Kenmerken.

De spieren zijn zo op het schouderblad bevestigd dat ze goed kunnen klimmen. Luipaarden voelen zich het meest thuis in de onderste laag van het bladerdek van het bos waar ze vaak foerageren. Ze zijn niet bang voor water en kunnen goed zwemmen. Tijdens het jagen sluipen luipaarden langzaam en gehurkt naar hun prooi toe. Ze kunnen snelheden tot 60 km / uur halen, meer dan 6 m horizontaal en 3 m verticaal springen.
De ogen van katachtigen werken goed overdag maar ook indien er weinig licht aanwezig is. Hierdoor kunnen ze ook 's nachts jagen. De pupillen zijn ellipsvormig.

Savanne- en bosluipaarden zijn relatief groot, terwijl berg- en woestijnluipaarden relatief klein zijn.

Het gehoor is heel sterk: een luipaard kan heel hoge frequenties (tot 100 kHz) horen, ook als ze heel zacht zijn. De snorharen van een luipaard spelen ook een belangrijke rol. Ze veranderen van stand, afhankelijk van dingen die hij doet. Als hij loopt, staan ze zijdelings uitgespreid, bij het snuffelen staan ze langs de kop naar achteren en bij het aanvallen van een prooi staan ze naar voren gericht, waardoor hij op de goede plek kan toebijten.

De Afrikaanse luipaard.

Gedrag en leefwijze.

Luipaarden zijn solitaire nachtdieren en carnivoren. Hoewel ze soms op bewolkte dagen overdag jagen, zijn ze in gebieden dichtbij mensen overdag minder actief dan in onbewoonde gebieden. Ze markeren hun territoria met urine, uitwerpselen en krabsporen en communiceren met soortgenoten door te grommen, te brullen en te spugen wanneer ze boos zijn en te spinnen wanneer ze tevreden zijn. Ze maken ook een hoestend geluid om hun aanwezigheid bekend te maken aan soortgenoten. Ze hebben een geavanceerd gezichtsvermogen en gehoor, waardoor ze bijzonder bedreven zijn in het jagen in dichte bossen. Mannetjes hebben een territorium van ongeveer 35 km2 waarvan 12 km2 tot het kerngebied behoort. Vrouwtjes hebben een territorium van 13 km2 en een kerngebied van ongeveer 4 km2. Net als bij andere zoogdieren zijn de territoria van mannetjes groter en overlappen deze de territoria van meerdere vrouwtjes. In droge gebieden zijn de territoria meestal groter.

Bij gevechten gaat het meestal om de rangorde. De zwakkere wolf gaat op zijn rug liggen en biedt de tegenstander zijn keel aan. De nijging om te bijten wordt hierdoor afgeremd en meestal loopt het gevecht af zonder bloedvergieten.

Leefgebied en Verspreiding.

Luipaarden zijn de meest verspreide katachtigen over de hele wereld. Luipaarden leven in Afrika en Azië. Hun leefgebied kan erg verschillen. Zo leven ze in dichte regenwouden, naaldbossen en savannes. Er is zelfs op de berg Kilimanjaro, op 5638 meter hoogte, een dode luipaard gevonden. Het dier was doodgevroren. Het belangrijkste voor de luipaarden is een goede schuilplek en voldoende voedsel. De Perzische panter leeft in het zuidwesten van Azië. Ze leven daar op bergachtige steppen en in naaldbossen op een hoogte tussen de 1.500 en 4.000 meter! De soort kwam tijdens het pleistoceen en holoceen ook voor in Zuid(oost)-Europa, mogelijk tot ongeveer het begin van de westerse jaartelling.

Verspreidings gebieden van de luipaard.

IUCN Red List of Threatened Species. Voor het laatst onderzocht en beoordeeld in juli 2015.

Resultaat: kwetsbaar.

Jacht en voeding.

De luipaard is 's nachts of in de schemering actief. Hij jaagt meestal 's avonds of 's nachts. Hij jaagt zelden overdag, omdat hij dan te veel opvalt. Overdag rust het dier meestal tussen struikgewas of in een boom. De luipaard jaagt voornamelijk op middelgrote zoogdieren als antilopen, herten, knobbelzwijnen en andere varkens, geiten en bavianen, en op kleinere dieren zoals hazen, apen, klipdassen, knaagdieren (waaronder stekelvarkens), vogels, slangen, vissen en insecten, evenals struisvogels, jakhalzen en honden. Sommige luipaarden specialiseren zich in een bepaalde diersoort. Als de luipaard een prooi denkt te hebben gevonden, bespringt hij de prooi als die op zijn schuilplaats zit. Hij besluipt eerst behendig en rustig de prooi; soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld in een boom. Afrikaanse luipaarden nemen hun prooi mee een boom in, waar ze die opeten. In een boom zijn ze meestal veilig voor andere roofdieren, als leeuwen en gevlekte hyena's, die zijn prooi kunnen stelen.

Het reukvermogen van een luipaard is heel goed, zelfs beter dan bij de tijger.

Voortplanting.

Het ligt eraan waar de panter zijn biotoop heeft, indien er sprake is van seizoenen, dan is ook de voortplanting daar aan gebonden. Zo begint de bronsttijd in Mantsjoerije en in het Russische deel van het Verre Oosten in januari of februari. In de tropische gebieden van Afrika en India kunnen paringen en geboorten op elk moment van het jaar plaatsvinden. De bronsttijd en de tijd waarin de welpen worden grootgebracht onderbreken het eenzame bestaan van de panter. Ook na de bronst blijft het paartje soms nog kort bij elkaar.
De bronstcycli van het vrouwtje duren gemiddeld anderhalve maand. Maar slechts vanaf enkele dagen vóór de werkelijke ei-sprong produceert ze een verhoogde hoeveelheid geslachtshormonen in haar urine en dat gedurende 6-7 dagen. De mannetjes in haar omgeving worden hierdoor op de hoogte gesteld van haar ontvankelijkheid en kunnen toenadering gaan zoeken. Wanneer zich meerdere aanbidders melden,zal er een strijd ontbranden waaruit een winnaar zal komen. Vervolgens vinden er meerdere paringen plaats.
Na ongeveer drie maanden (na 90-105 dagen) zoekt de toekomstige moeder een veilige schuilplaats voor het werpen. Een holle boom, rotsspleet, dicht struikgewas of een onder een rots uitgegraven hol kunnen hiervoor uitstekend dienst doen. Ze kan 1-6 welpen werpen maar meestal zijn het er 2-3.

Luipaard welpen.

Bij de geboorte zijn hun zintuigen weinig ontwikkeld en de ogen zijn nog gesloten. Hierdoor zijn ze bijzonder kwetsbaar. De welpen wegen 500-700 gram. De eerste dagen blijft de moeder vrijwel constant bij hen om ze warm te houden, te beschermen en te voeden. De plaats die ze heeft uitgekozen voor het werpen blijkt dus van cruciaal belang. Hoe rijker de omgeving is aan wild, hoe korter ze haar welpen alleen hoeft te laten en hoe minder risico haar welpen lopen. De welpen groeien heel snel, na 10 dagen openen ze hun ogen en na 3 maanden worden ze gespeend. Als echte roofdieren beginnen ze al gauw vlees te eten, maar ze blijven nog bij hun moeder drinken tot de zoogperiode helemaal is afgelopen. Ze beginnen hun moeder steeds vaker te volgen als ze op jacht gaat, wagen zich steeds verder van het hol en leren zelf jagen. Na 5-6 maanden slagen ze erin om zelf kleine roofdieren te vangen, maar ze blijven nog afhankelijk van hun moeder tot een leeftijd van ongeveer 1,5-2. Als de jonge panters eenmaal zelfstandig zijn gaan ze op zoek naar een eigen territorium. Een vrouwtje dat welpen grootbrengt wacht bijna 2 jaar voordat ze zich weer voortplant. De welpen zijn niet eerder dan na minstens 3 jaar geslachtsrijp.

Bescherming.

De fraaie vacht van luipaarden zijn bijzonder gewild; daardoor is de populatie wereldwijd gedaald tot ca. 100.000 dieren. Door het instellen van nationale parken en het verbod op de luipaardjacht is aan de negatieve ontwikkeling een voor een deel halt toegeroepen. De internationale bondhandel is afgenomen. Maar het aantal luipaarden daalt nog wel. Volgens een studie uit 2016 zouden er in het wild circa 7100 overgebleven zijn. Hun leefgebied bedraagt 9 % van wat het vroeger bedroeg.

Verwante soorten.

Jaguar: Groter en zwaarder dan de luipaard.
Sneeuw panter: Streng beschermd, leeft in berggebiedn van Azië op een hoogte van 1.500 tot 5.000 meter.

Belangrijke gegevens.

Lichaamsgrootte:
Gewicht: 30 tot 80kg.
Lengte: 100 tot 170cm.
Schouderhoogte: 50 tot 75cm.
Staartlengte: 60 tot 95cm.

Voortplaning:
Geslachtsrijp in 3 tot 4 jaar.
Paartijd: In de tropen het hele jaar door.
Draagtijd: 90 tot 105 weken.
Aantal jongen: 1 tot 6.

Vorig bericht
Volgende bericht

Commentaar.

Er is 1 aanvulling geweest voor dit artikel.

  1. H.J. van Rooten September 2015

    Wij maken gebruik van bronnen, foto's, video's enz. van het internet, maar ook uit boeken en encyclopedieën. Het kan dat onbedoeld copyright gebruikt wordt, waarschuw ons zodat we dit direkt kunnen aanpassen.

Uw commentaar.

Uw e-mail adres zal niet worden getoond.