De Iceni

Een Keltische stam in het oude Groot-Brittannië, vooral bekend door de koningin Boudicca (Boadicea.) Zij kwam in opstand tegen de Romeinse overheersing.

De Iceni waren een Keltische stam die rond het begin van de jaartelling in het huidige Norfolk en delen van Suffolk en Cambridgeshire (Groot-Brittannië) woonden. De geschiedenis van de Iceni wordt ontleend aan munten (voor met name de vroegste periode) en Publius Cornelius Tacitus Publius Cornelius Tacitus (ca. 56 - 117) was een Romeins consul, historicus, schrijver en redenaar. Hij wordt vaak gezien als de grootste historicus van Rome, van het Romeinse Rijk. Tacitus sympathie ging duidelijk uit naar een republikeinse staatsvorm, eerder dan naar de willekeur van sommige keizers. Opmerkelijk is echter dat zijn veelzijdigheid en complexiteit het toelieten dat latere denkers met tegengestelde politieke opvattingen Tacitus aanhaalden om hun standpunt kracht bij te zetten. Hij schrijft over keizers en machthebbers met evenveel vanzelfsprekendheid als over personen van minder belang en geeft daarmee inzicht in het leven van zijn tijd. Cornelius Tacitus. die rond het jaar 118 over hen schrijft en hun gebeurtenissen uit het jaar 47 vertelt.

Een munt van de Iceni.

De Iceni sloten een verdrag met de Romeinen ten tijde van Claudius 'invasie van Groot-Brittannië (AD 43), maar ze kwamen in opstand in 47 toen de Romeinen probeerden hen te ontwapenen. Na de opstand te hebben aangewakkerd, controleerden de Romeinen de Iceni via een klagende koning, Prasutagus, tot aan zijn dood (60-61 n.Chr.). Toen de Romeinen vervolgens probeerden zijn rijk te annexeren, leidde zijn koningin, Boudicca, een opstand van heel East Anglia. De Britten waren aanvankelijk succesvol, maar uiteindelijk onderdrukten de Romeinen de opstand met harde hand en reduceerden ze de Iceni tot een kleine tribale gemeenschap, of civitas, met als hoofdstad Venta Icenorum (het huidige Caistor St. Edmunds, nabij Norwich).

Geografie.

Leefgebied Iceni.

De economie van de stam was grotendeels agrarisch, met een bloeiende lokale aardewerkindustrie en bewijs van handel in wol. Het gebied was echter niet arm en graafmachines hebben bijvoorbeeld een reeks zilver- en goudschatten ontdekt in Mildenhall en Thetford (daterend uit de 2e tot de 4e eeuw). Duitse indringers vonden nederzettingen in het begin van de 5e eeuw en begonnen het tijdperk van Angelsaksisch Engeland.

De geschiedenis.

De Iceni woonden rond het begin van de jaartelling in het huidige Norfolk en delen van Suffolk en Cambridgeshire (Groot-Brittannië). Anted (of Antedios) was koning van de Iceni toen de legers van de Romeinse keizer Claudius in 43 Britannia binnenvielen. De Iceni verzetten zich niet tegen de legioenen, waardoor Anted koning kon blijven al was dat wel als vazalkoning van Rome. Uit vondsten blijkt dat Anted zich met nieuw geslagen munten wilde profileren als de nieuwe leider van de Iceni, hetgeen hem niet in dank werd afgenomen door (delen van) zijn stam. Hij produceerde daarop een munt met de naam ECEN (wat staat voor Iceni) als symbool van de Iceni verenigd onder één koning: Anted. Zijn pogingen om het Iceense volk onder hem te verenigen mislukten. Aesu (of Aesunos) en Saenu (of Saenuvax), twee onderkoningen van de Iceni, startten een burgeroorlog met het gevolg dat de Iceni het Romeinse kamp verlieten en in opstand kwamen tegen de gouverneur Publius Ostorius Scapula (47). Het is niet duidelijk door wie de opstand geleid werd. Met name de positie van Anted is onduidelijk. Wel staat vast dat de Iceni geen kans hadden tegen de Romeinen en zowel Anted, Aesu en Saenu overleefden de strijd niet. Scapula zette vervolgens Prasutagus als vazalkoning op de Iceense troon.

De opstand.

De politieke relatie met de Iceni was hersteld. Dat veranderde echter met de dood van Prasutagus. In zijn testament had hij bepaald dat een groot deel van zijn bezit naar de keizer in Rome, Nero, zou gaan. Ook zijn dochters had hij echter als erfgenaam benoemd en dat was hem – als vazalkoning – verboden. De Romeinen reageerden door het land van de Iceni in te nemen en huizen te verwoesten. Zijn weduwe Boudica werd publiek gegeseld en haar dochters werden door Romeinse soldaten verkracht. Dit was aanleiding voor Boudica om een genadeloze opstand te beginnen tegen de Romeinen en de Britse stammen die hen steunden. Ondanks eerste successen waarbij haar troepen het Legio IX Hispana (onder bevel van Quintus Petillius Cerialis) versloegen te Camulodunum (het huidige Colchester) en daarna Londinium (het huidige Londen) verwoestten,

Standbeeld van Boudicca op Westminster pier.

Commentaar.

Er is 1 aanvulling geweest voor dit artikel.

  1. H.J. van Rooten September 2015

    Wij maken gebruik van bronnen, foto's, video's enz. van het internet, maar ook uit boeken en encyclopedieën. Het kan dat onbedoeld copyright gebruikt wordt, waarschuw ons zodat we dit direkt kunnen aanpassen.

Uw commentaar.

Uw e-mail adres zal niet worden getoond.