Egypte.

Egypte een betoverende geschiedenis.

Ca. 14.000 tot 5.500 jaar geleden was de Sahara groen en vochtig. Het is nu niet voor te stellen maar de Shara is regelmatig (om de ca 23.000 jaar) groen dan wel een woestijn. Een Sahara met Noord-Afrikaanse moesson, De grootste meren en rivieren. De vier grootste meren waren het Megatsjaadmeer, Megafezzan-meer, Ahnet-Mouydir, en Chotts Megameer.
De grotere rivieren waren de Sénégal, de Nijl, de Sahabi (die vroeger van het Tshad meer naar de golf van Sirt in de middelandse zee liep) en de Kufra.
meren en grote rivieren
met meer boomgroei en veel dieren. Omstreeks 10.000 voor Christus begint door klimaatverandering het groene Noord-Afrika langzaam te veranderen in een woestijn. Uit eindelijk blijft de Nijl als enigste plek over met een groene vallei en delta. Geleidelijk verplaatsten de bevolking zich naar deze delta en ontstonden en dorp, steden en later verschillende koninkrijkjes. Deze ontwikkeling duurde tot ongeveer 3100 en wordt de prehistorie van Egypte genoemd.

De Nijl is een samenvloeiing van de Blauwe Nijl, die in Ethiopië ontspringt, en de Witte Nijl die uit het Victoriameer ontspringt.

Prehistorisch Egypte.

In Tassili n’Ajjer in de woestijn van Algerije zijn zo’n 15.000 grottekeningen te vinden van antilopen, krokodillen en andere kuddes. Tekeningen van soms wel 10.000 jaar oud, van een Sahara met veel dieren dan moet het wel vochtig en groen zijn geweest.

De baan van de maan Deimos om mars.
Tassili n'Ajjer grottekeningen van ca 8000 voor Cristus.

Een van de eerste en oudste volkeren die in de Sahara leefden waren de Kiffian. Een volk dat leefden tijdens de natte Sahara periode van 7700 tot 6200 voor Christus. De Kiffiërs waren bekwame jagers. De ontdekking van beenderen van grote savannedieren nabij de vindplaats Gobero toont aan dat zij aan de oevers van een meer leefden, waar zij met harpoenen op enorme Nijlbaarzen jaagden. Er zijn vonsten van vishaken en harpoenen, microlieten en scherven van keramiek, het oudste type keramiek in Afrika. Er zijn geen sporen van de Kiffian-cultuur later dan 6.200 v.Chr. gevonden. De daaropvolgende duizend jaar ging de Sahara door een droge periode.

Van ca. 5200 tot 2500 voor Christus was er weer een vochtige periode in de Sahara en in het gebied ontstond de Teneriërs cultuur. Menselijke resten uit deze cultuur werden voor het eerst gevonden in het Aïr-gebergte in 1960 en later, in 2000 ook in Gobero. De Teneriërs waren naast vissers en jagers ook de eerste veeherders in de Sahara. Er zijn bewijzen van het domesticeren van schapen en runderen door de Teneriërs Bewijzen voor het verbouwen van graan zijn ook gevonden. Ze gebruikten met putjes gedecoreerd keramiek en gereedschappen van vulkanisch steen. De Teneriërs hebben talrijke rotstekeningen achter gelaten. Zij begroeven hun doden met grafgiften zoals sieraden gemaakt van nijlpaardtanden en keramische potten gedecoreerd met putjespatronen. Door een nieuwe droogte periode moest de bevolking zich geleidelijk terugtrekken tot plaatsen waar wel water beschikbaar was, zoals de Nijl.

De baan van de maan Deimos om mars.
Potten uit de Naqadacultuur.

De Nijl blijft als enige belangrijke toevlucht over bij het verdrogen van de Sahara, omdat de Nijl gevoed wordt door de moessons in Ethiopië (de blauwe Nijl) en Oeganda (witte Nijl.) Dat zorgt voor overstromingen in het stroom gebied die lang aanhouden en veel vruchtbare grond achter laat. In het stroom gbied van de Nijl ontstonden de verschillende culturen na en naast elkaar. Bv. de Tasacultuur (van ±4.500-4.000 voor Christus), de Badaricultuur (van ±4400 tot 4000 voor Christus), de Naqadacultuur (van ±4100-3000 voor Christus). Doordat de Nijl een redelijk constante factor was met uitstekende water voorziening konden de verschillende culturen uitgroeien van dorpen, naar steden, naar koninkrijken. De Naqadacultuur wordt ook ingedeeld in 3 tijdsvakken. Naqada I volgt ca. 4000 voor Christus de Tasacultuur en Badaricultuur op, en gaat in ca. 3500 v.Chr. over in Naqada II. Naqada I vooral een lokale dorpscultuur. De Naqada II periode loopt van ±3500 voor Christus en gaat in 3300 voor Christus in Naqada III Naqada II de cultuur verspreid zich over het hele Nijldal en er is sprake van contacten met het buitenland. ER ontwikkelen zich steden en bij deze centralisatie ontstaat het begin van staatsorganisatie in Egypte. Het Egyptische schrift ontstaat.

De Naqada III cultuur wordt ook wel Dynastie 0 genoemd.

Naqada III vangt aan vanaf 3300 voor Christus tot 3032 voor Chriistus waarin zij overgaat in de Vroeg-dynastieke Periode. Al tijdens deze periode regeren koningen over de verschillende koninkrijken. Uiteindelijk groeide de verschillende culturen en koninkrijken uit naar 1 rijk onder één heerser.

Vroeg-dynastieke periode (2900-2545 voor Christus).

De meest geschiedkundige beginnen de 1e dynastie met de farao Nemes. Over zijn naam is de nodige discussie of het Nemes of Narmer moet zijn. Zijn regeer periode is ook niet precies bekende maar men denkt dat deze rond 3100 voor Christus begon. Wel staat vast dat Nemes de eerste koning was van een verenigd koningrijk Egypte. De 1e dynastie regeerden van ca. 3100 tot 2900 voor Christus. Er zijn 9 namen echt bekend van deze dynastie. Het einde van deze dynastie is echter onduidelijk. Na de 9e heerser en een lange periode van rust lijkt het er op dat er een twee strijd ontstond. Veel is niet bekend over de 9e koning van de 1e dynastie (Qaä), maar hij schijnt ca 33 jaar te hebben geregeert. Verschillende inscripties op stenen vazen vermelden twee opvolgers. Heb-sed-festival. Het eerste Heb-sed-festival tijdens een regering van een koning werd pas na 30 jaar gevierd, elk volgend festival werd elke drie jaar herhaald. Er zijn verschillende inscripties op stenen vazen vermelden van 2 Heb-sed-festivals van Qaä. Heb-sed-festival.
Na de regering van Qaä zijn er 2 namen die kort genoemd worden Sneferka en Horus Bird. Beide hebben mogelijk een korte tijd geregeerd rond 2900 voor Christus. In welke volg orde is niet geheel duidelijk en mogelijk is er zelfs een twee strijd geweest. In ieder geval was het een onrustige tijd en werd het graf van Qaä in brand gestoken. In ieder geval werd Hotepsechemoei genoemd als opvolger en was de 1e koning van de 2e dynastie.

De baan van de maan Deimos om mars.
Een Mastaba graf in Saqqara, in dit type graven werden de koningen van de 1e dynastie begraven.

Oude Rijk (2543-2120 voor Christus).

De vroeg-dynastieke periode bestaat uit de 1e, 2e en 3e dynastie van Egypte. De datering van deze periode is globaal van 3032 tot 2639 voor Christus. Sommige koningslijsten laten de periode beginnen vanaf 3100 en eindigen tot 2740 voor Christus. De datering van de periode is vaak onzeker en geschat.
Het is niet duidelijk hoe de richel is ontstaan. Even moeilijk is het om uit te leggen waarom het de evenaar bijna perfect volgt. Er zijn minstens vier huidige hypothesen, maar geen van hen verklaart waarom de bergkam beperkt is tot Cassini Regio. Computersimulatie van het verschijnen van Saturnus vanuit Iapetus wanneer deze zich op het "hoogste" punt in zijn hellende baan bevindt. De ringen van Saturnus zijn duidelijk zichtbaar (van de andere grote manen zijn ze alleen van de zijkant te zien).

https://www.egyptevoorbeginners.nl/geschiedenis-van-egypte/ https://www.rmo.nl/museumkennis/egypte/inleiding-het-oude-egypte/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Proto-dynastieke_Periode

De baan van de maan Deimos om mars.
De bergrug over de evenaar van Iapetus.

Een team van wetenschappers verbonden aan de Cassini-missie heeft betoogd dat de bergkam een ​​overblijfsel zou kunnen zijn van de afgeplatte vorm van de jonge Iapetus, toen deze sneller draaide dan nu het geval is. De hoogte van de nok suggereert een maximale rotatieperiode van 17 uur. Als Iapetus snel genoeg afkoelde om de bergkam te behouden, maar lang genoeg plastisch bleef om de door Saturnus opgewekte getijden de rotatie te vertragen tot de huidige 79 dagen getijde-locked, moet Iapetus zijn verwarmd door het radioactieve verval van aluminium-26. Deze isotoop schijnt overvloedig aanwezig te zijn geweest in de zonnenevel waaruit Saturnus is ontstaan, maar is sindsdien helemaal vervallen. De hoeveelheden aluminium-26 die nodig zijn om Iapetus tot de vereiste temperatuur te verwarmen, geven een voorlopige datum voor zijn vorming in vergelijking met de rest van het zonnestelsel: Iapetus moet eerder zijn samengekomen dan verwacht, slechts twee miljoen jaar nadat de asteroïden begonnen te vormen.
De richel kan ijzig materiaal zijn dat van onder het oppervlak opwelt en vervolgens stolt. Als het zich op dat moment van de positie van de evenaar had gevormd, vereist deze hypothese dat de rotatie-as door de rand naar zijn huidige positie zou zijn gedreven. Iapetus kan tijdens zijn vorming een ringsysteem hebben gehad vanwege de grote heuvelbol van ~ 49 Iapetische radii, en dat de equatoriale rand vervolgens werd geproduceerd door botsingsaanwas van deze ring. De nok en de uitstulping zijn het resultaat van een oude convectieve omwenteling. Deze hypothese stelt dat de uitstulping in isostatisch evenwicht is, typisch voor terrestrische bergen. Het betekent dat er onder de uitstulping materiaal met een lage dichtheid is. Het gewicht van de uitstulping wordt gecompenseerd door opwaartse krachten. De nok is ook gebouwd van minder dichte materie. Zijn positie langs de evenaar is waarschijnlijk een gevolg van de Coriolis-kracht die inwerkt op een vloeibaar binnenste van Iapetus.

De baan van de maan Deimos om mars.
Poolbeeld van de baan van Iapetus (rood) vergeleken met de andere grote manen van Saturnus

De Nijl is een samenvloeiing van de Blauwe Nijl, die in Ethiopië ontspringt, en de Witte Nijl.

IJsmaan Rhea.
IJsmaan Rhea.

Vorming.

De manen van Saturnus worden doorgaans gevormd door co-accretie, een proces dat vergelijkbaar is met het proces waarvan wordt aangenomen dat het de planeten in het zonnestelsel heeft gevormd. Toen de jonge gasreuzen zich vormden, werden ze omringd door schijven van materiaal die geleidelijk samensmolten tot manen. Een voorgesteld model over de vorming van Titan suggereert echter dat Titan in plaats daarvan werd gevormd in een reeks gigantische inslagen tussen reeds bestaande manen. Men denkt dat Iapetus en Rhea zijn gevormd uit een deel van het puin van deze botsingen.Recentere studies suggereren echter dat alle manen van Saturnus binnenin Titan niet meer dan 100 miljoen jaar oud zijn; het is dus onwaarschijnlijk dat Iapetus in dezelfde reeks botsingen is gevormd als Rhea en alle andere manen binnenin Titan, en kan - samen met Titan - een oersatelliet zijn.

https://www.rmo.nl/museumkennis/egypte/inleiding-het-oude-egypte/
Iapetus.
Baankarakteristieken.
Natuurkundige kenmerken.
Atmosferische gegevens.