Bengaalse tijger

Met zijn roodgele, donkergestreepte vel, zijn katachtige gestalte en zijn soepele tred komt de Bengaalse tijger zowel majestueus als angstaanjagend over. Hij is de koningstijger. Wie hem ooit in de vrije natuur heeft gezien kan zich niet aan zijn betrovering onttrekken.

De Bengaalse tijger (Panthera tigris tigris) is een ondersoort van de tijger (Panthera tigris.) Hij/zij komt voor op het Indisch subcontinent. Op de Siberische tijger (Panthera tigris altaica) na is de Bengaalse tijger de grootste katachtige. Het is de talrijkste ondersoort van de tijger. Maar helaas neemt zijn aantal schrikbarend snel af.

Uiterlijke kenmerken.

De vacht van de Bengaalse tijger is oranjebruin tot oranjegeel met verticale bruine tot zwarte strepen. Dit strepenpatroon verschilt in aantal, dikte en vertakkingen per individu. De buikzijde, de wangen en het gebied rond de ogen zijn wit. Ook bestaat er een kleurvariant die in de volksmond "witte tijger" wordt genoemd, met een geheel roomwitte vacht waarop het streeppatroon ligt.

De Bengaalse tijger heeft een machtige kop. Zijn beharing is op zijn bakkebaarden na kort en glad.

Deze tijgers worden vaak benoemde als Bengaalse tijgers maar zijn in realiteit een hybride tussen Siberische en Bengaalse tijgers, enkel in Indië zijn deze dieren zuiver Indisch. Het betreft hier een autosomaal recessief gen dat de aanmaak en distributie in de haarschacht van feomelanine onderdrukt waardoor de rode en gele pigmenten niet tonen in de vacht en enkel de eumelanine-pigmenten die het donkere streeppatroon geven te zien zijn op een lichte ondergrond. Deze kleurvariëteit is nagenoeg afwezig in het wild, maar een populaire attractie in gevangenschap. Zij wordt regelmatig gehouden in dierentuinen, waaronder in Pairi Daiza en de Olmense Zoo. Ook bestaan er geheel zwarte dieren, waarbij het dominante gen A, dat verantwoordelijk is voor het tonen van het agouti-streeppatroon, ontbreekt.

Gouden tijger in Olmense Zoo.

Maar ook zulke dieren zijn zeer zeldzaam. Ook zeldzaam zijn de "gouden tijgers", met een oranjebruine tot oranjegele vacht met verticale bruine strepen, in plaats van zwarte strepen. Hier zorgt een autosomaal recessief "chocolate" gen voor de vervorming van de zwarte eumalinepigmenten waardoor deze optisch bruin tonen. Deze kleurvariëteit is eveneens zo goed als afwezig in het wild, maar wordt wel in dierentuinen gehouden, zoals vroeger in de Olmense Zoo. Sinds 2016 is deze variant daar niet meer te zien.

De Bengaalse tijger is als enige tijger niet bang voor water. Ze kunnen goed zwemmen en duiken.

De schofthoogte van de Bengaalse tijger is ongeveer 100 à 110 centimeter. Mannetjes hebben een kop-romplengte van 270 tot 310 centimeter en een lichaamsgewicht van 180 tot 258 kilogram, vrouwtjes hebben een kop-romplengte van 240 tot 265 centimeter en een lichaamsgewicht van 100 tot 160 kilogram. De Bengaalse tijgers die in de Sundarbans voorkomen zijn echter kleiner en aanzienlijk lichter; drie vrouwtjes wogen gemiddeld 76,7 kilogram, zo bleek uit onderzoek dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Minnesota en het Bangladesh Forest Department.

De witte tijger Maxi van dierenPark Amersfoort (overleden in september 2019 net voor hij 16 jaar werd.)

Verspreiding.

De Bengaalse tijger komt voor in West-Myanmar en op het Indische subcontinent, in Bhutan, Nepal en Zuid-China, Bangladesh en India. Hij/zij leeft hier in de vochtige regenwouden, moessonwouden, bamboebossen en savannes die begroeid zijn met hoog gras en bomen, in waterrijke gebieden als moerassen, in mangroves en in rivierbossen. Hij/zij komt zowel in het laagland als in de bergen voor, tot in de Himalaya, waar hij leeft in bladverliezende bossen. Zijn leefgebied is echter kleiner aan het worden

Verspreidings gebieden Bengaalse tijger.

IUCN Red List of Threatened Species. Voor het laatst onderzocht en beoordeeld in juni 2015.

Resultaat: bedreigd .

Leefwijze.

Gedrag: De Bengaalse tijger is schuw en meeste tijd solitair levend. Hij/zij jaagt over het algemeen in de schemering en 's nachts. Ze controleren regelmatig de grenzen van hun territorium. Dat territorium kan bij mannetjes wel 100 vierkante kilometer groot zijn. De tijger heeft in zijn territorium verschillende schuilplaatsen. Dat kunnen holten zijn onder omgevallen bomen of holen in het struikgewas, tussen stenen of rotsen. In reservaten is de Bengaalse tijger ook overdag actief.

Jacht en voeding.

Dankzij de enorme krach van zijn spieren kan de tijger dieren doden die tweemaal zo groot zijn als hijzelf. Als sluipjagers zijn tijgers aangewezen op een jachtgebied met een rijke begroeiing. Ze achtervolgen hun slachtoffers ook in het water. Als de tijger tot op ongeveer 25 meter van het slachoffer genaderd is, stormt hij met korte sprongen op het dier af, springt op zijn rug, trekt het omlaag. Dan in de keel of de nek van de buit.grijpt hij de schouders en slaat zijn hoektanden. De beet wordt pas losser wanneer de nekgebroken is, of de luchtpijp is afgekneld

Tijgers geven de voorkeur aan begroeide gebieden. Bij het rennen vallen ze met hun gestreepte vel in het licht en de schaduw nauwelijks op.

Het voedsel bestaat uit herten, runderen, zwijnen, apen en halfapen, maar ook vogels. In de gangesdelta eten ze zelfs vissen en kikkers. De Bengaalse tijger zoekt vaak verkoeling in het water.

Voortplanting.

Tijdens de bronstijd in het voorjaar trekken mannetjes en vrouwtjes drie tot tien weken samen door het territorium en vleien ze elkaar door hun koppen tegen elkaar te wrijven. In deze periode is het vrijwtje slechts drie tot zeven daen vruchtbaar. Kort na de paring verlaat de tijger het vrouwtje. Hij maakt zich nooit druk om het nageslacht. De jongen wegen bij de geboorte ongeveer 1 kilo, ze worden vijf tot zes maanden gezoogd. In de eerste acht weken voedt de moeder de welpen uitsluitend met melk.

Bedreiging en bescherming.

Rond 1900 leefden er nog zo'n 45.000 tijgers in India. In 1973 waren het er bij een telling nog maar 2000, daar onder vallen ook de zeldzame zogenaamde witte tijgers.. Het Wereld Natuur Fonds starte in datzelfde jaar een actie 'Operatie tijger." Er werden grotere reservaten opgezet en daarvoor moesten zelfs delen van de plaatselijke bevolking verhuizen. Het overleven van de tijger is echter bij lange na niet gegarandeerd.

Sterke afname in India.

Lange tijd heeft de Indiase regering de cijfers verdraaid. Zo zouden er al al een lange tijd geen 3000 tijgers meer zijn hoewel de overheid het tegendeel beweerde. Experts beweren dan ook dat er momenteel nog maar 750 tijgers over zijn in heel India.

Verwante soorten.

Indochinese tijger: Is beschermd.
Indonesische tijger: Beschermd in Maleisië en Thailand.
Sumatraanse tijger: Nog slecht 200 dieren?
Siberische tijger: Het grootste tijgerras, met uitsterven bedreigd.
Balinese, Javaanse en Kaspische tijgers zijn uitgestorven.

Belangrijke gegevens.

Lichaamsgrootte:
Gewicht: 150 tot 260kg.
Lengte: 190 tot 220cm.
Schouderhoogte: 90 tot 100cm.
Staartlengte: 80 tot 95cm.

Voortplaning:
Geslachtsrijp in 3 tot 4 jaar.
Paartijd: Voorjaar.
Draagtijd: 14 tot 16 weken.
Aantal jongen: 2 tot 4.

Vorig bericht
Volgende bericht

Commentaar.

Er is 1 aanvulling geweest voor dit artikel.

  1. H.J. van Rooten September 2015

    Wij maken gebruik van bronnen, foto's, video's enz. van het internet, maar ook uit boeken en encyclopedieën. Het kan dat onbedoeld copyright gebruikt wordt, waarschuw ons zodat we dit direkt kunnen aanpassen.

Uw commentaar.

Uw e-mail adres zal niet worden getoond.